Een Nederlands woord voor sibling

Ik heb twee broers en een zus. Daarom zeg ik weleens dingen als: ‘Ik ga op eerste kerstdag naar mijn ouders. Dan komen m’n broers en zus ook.’ Dat vind ik omslachtig. Is er niet ééń verzamelterm voor ‘broer of zus’, zoals het Engelse sibling?

Helaas, het Nederlands heeft geen rechtstreekse vertaling voor dat handige sibling. Een betere vertaling dan het omschrijvende ‘broer of zus’ is er niet. Dat is bijzonder. Andere Germaanse talen hebben wel zo’n letterlijke vertaling:

  •  het Duits heeft Geschwister
  •  het Deens heeft søskende
  •  het Noors heeft søsken
  •  het Zweeds heeft syskon

Eerlijk is eerlijk, het nauw verwante Afrikaans komt ook niet verder dan ‘broer of suster’. Maar die taal is dan ook een dochtertaal van het Nederlands.

Waarom moet er zo’n woord komen?

‘Ik heb drie broers en slash of zussen’, dat zeg je niet zo snel. Je gaat het dan verder specificeren: ‘Ik heb twee broers en een zus’ (bijvoorbeeld). Terwijl het lang niet altijd nodig is om zo nauwkeurig te zijn. Misschien wilde iemand alleen weten of er bij jou thuis vroeger een grote strijd was om de overgebleven gehaktbal.

Natuurlijk kun je in dat geval een omweg gebruiken: ‘Ik kom uit een gezin van vier kinderen.’ Maar dat werkt niet altijd, zoals in het eerdere voorbeeld: ‘Dan komen m’n broers en zus ook.’ Wat moet je daarvan maken? ‘Dan komen de anderen ook’? Dat is weer te vaag. We hebben een woord nodig voor ertussenin.

Het is ook niet meer van deze tijd. Siblings is een genderneutraal woord. Ga je dat naar het Nederlands vertalen – dus specifieker – dan gaan nuances verloren.

Wat moet het nieuwe woord worden?

Er is wel eerder een woord geïntroduceerd dat qua betekenis in de buurt komt: brus, een samentrekking van broer en zus. Maar dat woord wordt vooral in de zorg gebruikt, en heeft een specifiekere lading: ‘een broer of zus van iemand die zorg nodig heeft vanwege een chronische ziekte, verstandelijke beperking, lichamelijke handicap of ernstige psychische aandoening.’

En eerlijk gezegd, zo’n samentrekking is maar een gekunstelde oplossing. De woorden in de andere Germaanse talen zijn dat niet. Dat moeten wij ook beter kunnen.

De oplossing die ik wil voorstellen, komt uit Friesland. Het Fries heeft wél een verzamelwoord voor ‘broer of zus’: sibbe (meervoud: sibben). Dat kunnen we zo in het Nederlands als leenwoord adopteren. Het klinkt veel Nederlandser dan alternatieven als sibling of Geschwister (gezwister?).

Bovendien, het woord sibbe bestaat al in het Nederlands. Het betekent volgens Onze Taal: ‘verwantschap, (gezamenlijke) familie.’ Dat is wel een heel ruim begrip, dat niemand in de praktijk gebruikt. Laten we het woord nieuw leven inblazen door er die handige nieuwe betekenis aan toe te voegen.

Vind je dat ook een goed idee? Vergeet dan niet om deze post met je sibben te delen.

Foto: Alexas_Fotos via Pixabay

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s